2015-05 Verslag voorjaarsexcursie

 

VERSLAG LEZING EN VOORJAARSEXCURSIE OP 23 APRIL EN 16 MEI 2015.

Na de pauze van onze leden/jaarvergadering op donderdag 23 april jl. werd de lezing verzorgd door Dhr. Martijn Horst, projectleider Cultuurhistorie van Cultuurland Advies in Wapenveld. Dit adviesorgaan adviseert gemeenten in heel Nederland inzake cultuurhistorische gebieden binnen de gemeentegrenzen. In dit verband heeft Dhr. Horst wetenschappelijk onderzoek gedaan naar het ontstaan en de geschiedenis van de Oostveluwse maalschappen, in het bijzonder de maalschap van het Gortelsche Bos.

De eerste maalschappen ontstonden al in de vroege middeleeuwen. Van de heel vroege periode is er geen literatuur bekend; vanaf ca. 1500 verschenen de z.g. malenboeken. Vanaf 1850 verschenen er rechtskundige artikelen. Daarnaast bleven de malenboeken wel bestaan.

De maalschappen zijn enigszins vergelijkbaar met de marken, maar dan uitsluitend op bosgebied. Een maalschap was een organisatie die toegankelijk was door middel van een aandelensysteem, zodat het een gemeenschappelijk ongedeeld eigendom was. Markegenootschappen waren ook gebaseerd op een dergelijk systeem, echter met dit verschil dat maalschapaandelen vrij verhandelbaar waren. In vroeger tijden waren de aandelen van een maalschap vaak gebonden aan het bezit van een boerderij of een hoeve. Een ieder die een aandeel van de maalschap in bezit had was een maalman en had als zodanig stemrecht in de aanstelling van het bestuur en het beheer van de maalschap.  

Verreweg de meeste maalschappen waren gelegen op de hooggelegen Oostveluwse stuwwal en op de Veluwezoom omdat daar de meeste leemgronden voorkomen, waarop geschikte loofbomen (met name beuken en eiken) het best gedijen.

De maalschap Gortelsche Bos beschikte over een fictief bosareaal van 6000 bomen. Er waren hiervoor 60 aandelen van elk 100 bomen beschikbaar dus 1/60e deel van de houtkapopbrengst van 1 jaar. Nieuwe aandeelhouders betaalden Hfl. 6,00 e treegeld en de vergadering der maalmannen besliste of een nieuwe aandeelhouder tot maalman werd verkozen. Door de maalmannen werden 2 houtrichters gekozen en die kozen op hun beurt weer 2 boswachters en deze huurden weer dagloners als bosarbeiders in.

In de periode tussen 1624 en 1644 groeit het aantal zg. uitheemse maalmannen sterk. Dat waren maalmannen die als aandeelhouders geen enkele binding hadden met de maalschap Gortelsche Bos en zuiver als beleggers konden worden beschouwd. Vanaf 1749 kocht de maalschap aandelen op, waardoor het mogelijk werd om vanaf 1803 onregelmatig dividend uit te keren. Hierdoor steeg het percentage houtdelen (bomen) naar aandelen (geld) en waren vrijwel alle maalmannen uitheems.

In het midden van de 18e eeuw verschijnt er in de maalschappen veel eikenhakhout, waarvan eek wordt geschild. Hele generaties eekschillers verdienden op deze manier een extra boterham tot daar omstreeks 1880 een einde aan kwam. Hierna verdwijnt er veel hooghout en worden er daarvoor in de plaats naaldbossen aangelegd op de zandgronden.

In verband met bosbrandgevaar zijn er om de maalschappen 3 m. brede z.g. tra’s aangelegd die heden ten dage nog deels bestaan.

Vanaf 1870 gingen de maalschappen over tot het volledig uitkeren van dividend en verdween de binding met het bosareaal geheel en al.

De jacht speelde vanaf het midden van de 17e eeuw tot 1906 toen er een eind kwam aan het maalschap Gortelsche Bos, een zeer belangrijke rol. De heren van kasteel de Cannenburgh hadden uitgestrekte terreinen met jachtrecht. Aan het eind van de 19e eeuw ontstond het Gortelsche Jachtgezelschap bestaande uit personen die tot de adel behoorden. Als fervente liefhebber van de jacht maakte ook Prins Hendrik jarenlang deel uit van dit gezelschap.

Tegen het einde van de 19e eeuw daalden de inkomsten van de maalschap Gortelsche Bos wegens de sterk verminderde houtprijzen. Vanaf begin 1900 vergrootte de koninklijke familie van Kroondomein het Loo hun landgoed door steeds meer gronden op te kopen. De overname van het maalschap Gortelsche Bos door Koningin Wilhelmina was eind 1906 een feit toen zij alle aandelen in haar bezit had en het geheel voor Hfl. 250.000 werd overgenomen en toegevoegd aan het Kroondomein. Hiermee kwam er een einde aan de maalschap Gortelsche Bos als één van de laatste maalschappen op de Oostveluwe.

Op zaterdag 16 mei ’15 hebben zich een 20-tal belangstellende leden verzameld op de parkeerplaats bij de voormalige maalschap Gortelsche Bos aan de Vierhouterweg te Gortel voor deelname aan de voorjaarsexcursie van Ampt Epe als vervolg op de lezing van 23 april ’15 door Dhr. Martijn Horst, projectleider Cultuurhistorie van Cultuurland Advies.

We starten de excursie bij de entree van de oorspronkelijk bijna 900 ha. grote maalschap Gortelsche Bos aan de Lankertsweg bij de Vierhouterweg. Doordat er geen oude kaarten van de maalschap zijn overgeleverd is de vroegst bekende begrenzing gebaseerd op de eerste kadasterkaart van 1832. Over een lengte van 250 m. had de maalschap een entreelaan aangelegd, oorspronkelijk aan weerskanten beplant. Van deze laan staan er aan de westkant nog een vrij groot aantal beuken, aan de oostkant nog slechts enkele. De entreelaan loopt door tot de eigenlijke ingang van de maalschap die gevormd wordt door een dubbele wal met aan weerskanten 2 beuken waarvan er nog 1 (thans ca. 170 jaar oud) is overgebleven. We volgen het bospad langs de Grevelt wat eigenlijk de eeuwenoude traa (begrenzing) is tussen de maalschap en het heideveld van de buurschap Gortel. Deze traa beschermde het bosgebied tegen eventuele heidebranden.

Oorspronkelijk is de maalschap Gortelsche Bos veel kleiner geweest. De grenspalen en de traa’s rondom het bosgebied geven een aanvankelijke oppervlakte aan van 600 ha. Het zuidelijk deel van de maalschap van ca. 270 ha. is waarschijnlijk voor 1749 aangekocht. Oorspronkelijk moeten die gronden eigendom zijn geweest van de marke van Gortel en de maalschap van het Vreebosch.

Het grondgebruik rond 1832 was tamelijk gevarieerd. Naast opgaande beuken- en eikenbomen kwam er ook veel eikenhakhout heide, akkers en later ook opgaand naaldhout voor. We zien thans nog veel groene beuken die, als ze in grote aantallen bij elkaar staan, de indruk geven van “dansende” bomen. Deze beuken vormen eigenlijk het levend erfgoed van de voormalige maalschappen op de Veluwe. Die dansende vorm van de bomen is ontstaan doordat ze steeds naar het licht toegroeiden, dan naar de ene en dan weer naar de andere kant, afhankelijk van de omringende begroeiing. Langzamerhand hebben deze beuken een leeftijd van ongeveer 250 jaar bereikt. De vraag is dan ook of dit levend erfgoed in stand moet worden gehouden door nieuwe aanplant of dat het uiteindelijk voorgoed zal verdwijnen.

We vervolgen onze wandeling en komen langs het Boshuis. Tot in de 2e helft van de 17e eeuw werd de zg. maalspraak (rechtspraak met betrekking tot de maalschap) gehouden onder de Bosboom, die ergens in het Gortelsche bos heeft gestaan. Na 1677 werden de maalspraken gehouden in het huis dat het dichtst bij het bos lag. In dit huis was een kamer ingericht die uitsluitend gebruikt werd door de maalschap en waar ook de maalspraken werden gehouden. In 1856 werd het huidige Boshuis gebouwd op één van de hoge gedeelten van de maalschap. Vanuit het Boshuis had men een panoramisch uitzicht over Gortel; als het helder weer was kon men tot Heerde, Epe en Vaassen kijken. Door de later aangelegde ontginningsbossen is dat vergezicht nu natuurlijk al lang verdwenen.

Toen de maalschap na 1906 in het Kroondomein was opgegaan liet Prins Hendrik naast het Boshuis in 1916 het Jachthuis bouwen. Van hieruit werden door Prins Hendrik veelvuldig jachtpartijen georganiseerd in de voormalige maalschap.

Gedurende de 2e wereldoorlog hebben de Duitsers bij het Jachthuis een blokhut gebouwd die tegenwoordig nog door het Kroondomein het Loo wordt gebruikt.

Aan het eind van de excursie komen we bij de Wilhelminalinde. Op 22 oktober 1898 had de toenmalige boswachter samen met de schoolkinderen uit Gortel in tegenwoordigheid van het bestuur van de maalschap een jonge lindeboom gepoot vanwege de troonsbestijging van koningin Wilhelmina op 7 september 1898. Bij de plaatsing werd een oorkonde geschreven. De oorspronkelijke oorkonde bewaarde men in het brievenboek van de maalschap, een afschrift hing aan de muur in de boskamer van het Boshuis. Oorspronkelijk stond er een houten hek om de lindeboom. In de jaren ’70 werd het houten hek vervangen door het huidige ijzeren hekwerk.

We danken Martijn Horst voor zijn even deskundige als enthousiaste begeleiding van deze interessante excursie.

In het fotoalbum op deze website staan foto's van de excursie.