logo

10 Frits Prins vertelt ...

Geschreven door Wim van 't Einde

Hij woonde ten zuiden van Vaassen aan de Waterstraat en werkte bij de Aluminium Industrie in Vaassen (Industrie).

Mobilisatie en het begin van de oorlog

Na de mobilisatie werd Frits in oktober 1939 opgeroepen. Hij werd ingedeeld bij het pantserafweergeschut, een onderdeel dat, in tegenstelling tot veel andere onderdelen van het Nederlandse leger, modern en goed uitgerust was. Hij werd chauffeur.
Bij het begin van de oorlog was hun onderdeel ingedeeld in Laren. Met twee stukken geschut moesten ze naar de Eemlinie bij Amersfoort. Ze moesten de stukken ingraven. Toen de situatie onhoudbaar werd, moesten ze zich ’s maandagsmorgens in dikke mist terugtrekken op Muiden. Door de mist is het konvooi waar ze in reden, verdwaald. Uiteindelijk kwamen ze in Vreeland terecht bij een boer. Ze werden als militair door de boeren en de winkeliers goed verzorgd en kregen veel van hen.
Na de capitulatie moesten de militairen van de Duitsers de prikkeldraadversperringen opruimen. Daarna konden de militairen naar huis gaan om een einde te maken aan de onzekerheid waarin hun familie verkeerde.
De eerste oorlogsjaren waren relatief rustig. Hij merkte toen nog weinig van de aanwezigheid van de Duitsers.

 

Industrie

De fabriek, waar hij werkte, draaide in de eerste oorlogsjaren gewoon door. De arbeiders kregen een speciale Ausweis en hadden daarmee meer bewegingsvrijheid dan anderen. Toen de oud-militairen werden opgeroepen om weer krijgsgevangen te worden genomen en in Duitsland tewerkgesteld te worden, kwam er meer dreiging. Uit protest daartegen gingen bij steeds meer bedrijven de medewerkers in staking. Ook op de Industrie staakten de medewerkers. De bezetters zetten een aantal medewerkers tegen de muur en daar ging veel dreiging van uit. De meeste medewerkers waren doodsbang, enkelen vielen flauw. Een aantal medewerkers werd later afgevoerd en bij Arnhem gefusilleerd.

 

Razzia’s

De Duitsers voerden regelmatig razzia’s uit, waarbij de mannen werden opgehaald om in Duitsland tewerkgesteld te worden. In een aantal gevallen werd van tevoren voor een razzia gewaarschuwd. Wanneer een razzia werd uitgevoerd, doken veel mannen tijdelijk onder. Frits vluchtte dan naar een hooiberg, die wat verderop in de Windhoek stond, ver weg van andere gebouwen. Wanneer het gevaar was geweken, hing zijn moeder een wit laken buiten, zodat Frits wist dat hij weer naar huis kon komen.

 

Tewerkstelling in Niersen

Toen er aan het einde van de oorlog geen stroom meer was en de Industrie dus niet meer kon draaien, werden een dertigtal medewerkers in Niersen tewerkgesteld. Ze moesten hun schop meenemen en moesten de sprengen schoonmaken en stukken grond omspitten om deze percelen handmatig te egaliseren. Ook daar bleven ze niet gespaard voor razzia’s, maar ze ontkwamen daar vaak aan door tijdig het bos in te vluchten.

 

Bevrijding

Na de bevrijding moest Frits zich, als oud-militair, weer melden om een aantal plaatsen te bewaken en rondzwervende en vluchtende Duitsers aan te houden. Daarna meldde hij zich als chauffeur om te helpen bij de broodnodige voedseltransporten voor het Westen. Hij werd hiervoor goedgekeurd, maar heeft later geen oproep en ook geen afwijzing voor deze diensten ontvangen. Of zijn moeder de brief achter heeft gehouden om hem niet weer voor een tijd kwijt te zijn? Het zal niet meer bekend worden.