logo

12 Unie van Vrouwelijke Vrijwilligers

 

Op 7 mei 1945 ging de Stichting Unie van Vrouwelijke Vrijwilligers officieel van start. De deelnemende vrouwen werden na een korte cursus ingezet in de door oorlogsgeweld getroffen gebieden rond Arnhem en Oosterbeek. Het verlenen van praktische hulp bij het bewoonbaar maken van de huizen behoorde ook tot hun taak. Over de voorbeeldfunctie van de UVV vlak na de oorlog biedt de website van de UVV-afdeling Leeuwarden informatie:

‘’Ge wordt uitgezonden als een deel der Unie van Vrouwelijke Vrijwilligers. U houdt naar buiten de eer op van een korps, dat geacht wordt in breden kring. U mag niet roken, drinken of flirten tijdens Uw werk. Daarbuiten moet U zich goed gedragen. U mag Uw insigne op geen enkele wijze onwaardig tonen.’’

De afdeling Vaassen verzocht in een advertentie vrouwen en meisjes zich beschikbaar te stellen voor hulp in de mevrouw Schermers in 1940 geboren in 1900geteisterde gebieden. Opgave kon gedaan worden bij de dames Schermers, Akkerman, Van Beek of Bos. Op dinsdag 21 augustus 1945 vertrokken vier meisjes vanuit Vaassen naar Renkum, uitgezwaaid door hun familie en enkele bestuursleden van de U.V.V. De presidente, mevrouw Schermers, hoopte dat het goede voorbeeld van deze meisjes navolging zou vinden. Er was nog veel hulp nodig.

Om een beeld te krijgen van het vele werk dat door de Eper U.V.V.-meisjes werd verricht, bracht burgemeester Diepenhorst samen met z’n echtgenote en mevrouw Van Lohuizen eind september 1945 een bezoek aan Heteren. Op 9 oktober 1945 maakte een journalist van het Veluwsch Nieuws een verslag over de inzet van de Eper meisjesploeg. Marie Platenkamp uit Oene had de leiding.

De Prinses en de ‘’Blauwe Meisjes’’

Op een dag vroeg een man van het Interkerkelijk Overleg aan Marie of ze naar de vergadering kwam van de Centrale Stichting Herstel Betuwe op kasteel Oosterhout bij Nijmegen.

‘’Heb geen tijd’’, had Marie vriendelijk, maar beslist geantwoord.

‘’Geen tijd? Maar het is erg belangrijk. Prinses Juliana komt ook.’’

‘’Dan heb ik wel tijd…’’

En zo werd Marie met een auto van het Rode Kruis naar Oosterhout gebracht. Als enig aanwezige leidster van een U.V.V. groep mocht ze de prinses over het werk van de meisjes in Heteren vertellen. Daarna weer snel terug, want de prinses kwam ’s middags om vijf uur theedrinken in Heteren. De meisjes moesten haar opwachten bij de dijk.

Uiteindelijk kwam de prinses pas om kwart over zes, te laat voor de thee, dus dan maar een praatje op de dijk. De prinses vroeg Marie of alle meisjes uit Epe kwamen. Willy van Essen, niet op haar mondje gevallen: ‘’Ik kom uit Gortel.’’ ‘’Hoe heet je dan?’’

‘’Willy van Essen’’.

‘’Dan ben je zeker een kleindochter van Opoe van Essen?’’

Willy antwoordde bevestigend.

De schrijver van dit krantenartikel sloot af met de volgende woorden:

‘’Wie niet weet wie Opoe van Essen is, de kroniekschrijver kan het niet met een paar woorden uitleggen, dat wordt een lang verhaal. Maar geloof mij, onkundige lezer, Willy’s Opoe is een Veluwsche beroemdheid, om wie zich een gansche krans van sagen en legenden heeft geweven.…’’