logo

14 Hoe Wilhelmus hét Wilhelmus werd

Geschreven door Willy Smit-Buit

  uit volle borst

“Wilhelmus van Nassouwe, en dan komt hier iets met bloed,
de tekst, die kan ik niet onthouwen, de wijs gaat redelijk goed”.

Zo begon Guido de Wijs zijn goedmoedige spotliedje op het Wilhelmus. Ons volkslied was niet beledigd, een oud en eerbiedwaardig strijdlied kan wel tegen een stootje. Het Wilhelmus heeft zoveel stormen over zich heen gehad. Bij zijn geboorte had het lied geen vader, al moet je zeggen dat Marnix van St. Aldegonde er op grond van de laatste wetenschappelijke DNA-testen niet meer onderuit komt.

St. Aldegonde schreef het strijdlied tijdens de donkerste jaren van de Opstand tegen de koning van Spanje, die ook Heer der Nederlanden was. Willem van Oranje, de leider van de Opstand voerde zelf het woord. De Spaanse soldaten konden de mensen in de Lage Landen aan de zee het leven nog zo zuur maken, maar Oranje stond pal voor hun vrijheid. Zijn bezittingen was hij kwijtgeraakt, zijn geliefde broers hadden het leven gelaten in de strijd, maar hij wanhoopte niet, want hij stelde zijn vertrouwen op God.

Toen de opstandelingen de Spanjaarden het land uitgewerkt hadden en als vrije republiek verder gingen, ontpopte Wilhelmus zich tot een geliefd marslied. De Prinsenmars kreeg een vrolijke, pittige melodie. In de achttiende eeuw was de link met de prinsen van Oranje ook de zwakte van het lied. Patriotten met vooruitstrevende opvattingen streden met Prinsgezinden, die alles bij het oude wilden laten. Alleen wie voor Oranje was, zong de Prinsenmars.

Ons land werd in 1815 een koninkrijk onder de nakomelingen van Willem van Oranje. Bij een land met een koning hoort ook een volkslied. Niemand wilde Wilhelmus; ons volk moest de vroegere verdeeldheid vergeten. Jan Hendrik van Kinsbergen, de laatste van onze zeehelden die zijn oude dag in Apeldoorn doorbracht, vond er wat op. Een prijsvraag voor een nieuw volkslied! Er kwamen zowaar twee winnaars uit de bus en zo kreeg Nederland twee volksliederen: de ene was voor plechtige en de andere voor vrolijke gebeurtenissen. “Wien Neêrlands bloed door d’ aad’ren vloeit” en “Wij leven vrij, wij leven blij, op Neêrlands dierb’re grond”. Ouderen weten nog wel hoe deze liederen verder gaan. Admiraal Van Kinsbergen betaalde zangers om ze overal ten gehore te brengen: op straat, in de kroeg, op de jaarmarkt enz. Het werd een grote pr-stunt.

Maar koningin Wilhelmina vond deze versjes minder geslaagd en zo greep Nederland in 1932 terug op de oude Prinsenmars, die nu ons officiële volkslied werd. De strijd tussen Patriotten en Prinsgezinden was toen allang iets uit de oude doos.

Het Wilhelmus is het oudste volkslied ter wereld. Geen opschepperij over schitterende bossen en velden, prachtige steden en vlakke stranden, maar een stem, diep uit het hart. Daarom gaf het Wilhelmus steun tijdens de Duitse bezetting. Menigeen luisterde stiekem naar Radio Oranje, dat besloot met het spelen van het Wilhelmus. En wat was het een opluchting toen het Wilhelmus na de bevrijding weer gezongen mocht worden! Ook als er een sportieve strijd geleverd wordt, raakt ons volkslied een gevoelige snaar. Al kunnen we de tekst “niet onthouwen”, toch is het ons clublied.

Wilhelmus werd hét Wilhelmus. En met dat Duitse bloed, zit het ook wel goed. In de middeleeuwen hoorden zowel het latere Nederland als Duitsland bij het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie. De oorspronkelijke betekenis van het woord “Duits” is “van het volk”. Britten noemen de Nederlanders ”the Dutch”. En dat zijn we allemaal!