logo

05 Minuut resoluties Ambt Epe, 1802-1811

Geschreven door Evert de Jonge

15-11-1802:
Nieuw ambtsbestuur geïnstalleerd: Hendrik Brouwer, Evert Vermeer en Gerrit van Zuuk. Drost van Neder-Veluwe is Mr. D.G. van Hoeclum, secretaris: Mr. N.W. Ardesch.
Besluiten:
- Er zal bij H. Brouwer worden vergaderd.
- Ambtsbode blijft Gerrit Wouters Muller
- Idem ontvanger: J.B. Haack
- W. Dalhuizen, timmerman, repareert de brug over de Nw. Wetering te Oene.

24-11-1802:
Benoeming zetters ontvangst der verponding:
- Epe en Lohuizen: Jacobus Wijnbergen
- Wissel en Tongeren: Peter Gosens
- Westendorp, Schaveren en Gortel: Reinder Hendriks
- Zuuk: Jan Reynders
- Dijkhuizen, Vemde en Norel: Gerrit Bijsterbosch
- Dorp Oene: Albert Dalhuizen
- Overige buurten in Oene: Hendrik Dirks Outhoff
- Dorp Vaassen: Heymen van den Brink
- Overige buurten in Vaassen: Aert Gijsberts

20-2-1803:
Drijfijs op de Grift en in de weteringen; er dienen z.s.m. enige ijshaken te worden vervaardigd. Enkele mannen dienen ter bewaking worden aangesteld op de bruggen die het meest gevaar lopen.

16-4-1803:
De schout verzoekt reparatie van de gemene weg bij de Nw. Molenbeek tot betere afleiding van het water en om de ambtsbrug tussen de kerspels Epe en Vaassen wat meer naar Vaassen te verleggen.

4-5-1803:
Het jaarlijks gericht wordt in het hoofddorp Epe gehouden, er zijn daar meer logementen want in Vaassen is de Cannenburgh niet meer beschikbaar. De secretaris wordt verzocht de voetbank van Vaassen te ontbieden.

Besluit over dagvergoeding functionarissen.

De verpondingslasten worden verdeeld.

De ambtsbruggen worden geïnspecteerd en gerepareerd.

Traktementen zijn vastgelegd door het Departement: een lid krijgt 100 gld. en de secretaris 200 gld.

Conceptplan van de ambtsregering is klaar.

16-6-1803:
De gerichtskosten zijn als volgt:
- De drost (en zijn scriba), 54 gld.
- De rechtsdoctoren en geërfden, 194 gld. 16 stv.
- De landschrijver, 18 gld.
- De fiscaal, 18 gld.
- De drie onderschouten, elk 7 gld.
- De ambtsdienaar, 5 gld.
- De landschrijver nog voor expeditie van het gericht, 31 gld., 10 stv.

Hendrik Brouwer krijgt 4 gld, 16 stv. voor het leveren van het lokaal, vuur en licht i.v.m. het houden van de ambtsvergaderingen sedert 17-11-1802 tot 31-3-1803.

Er is 72 gld., 6 stv. uitgegeven wegens het verplegen (verteringen) van de ingezetenen en hun paarden tot transport van het gericht in 1803, voorts verpleging van de onderschouten en ambtsdienaar.

Nog wordt wegens de installatie van de drost van de Neder-Veluwe en een gehouden ambtsvergadering op 4-5-1803 31 gld, 4 stv. en 8 penningen uitgegeven.

De verbalen van de verponding 1793 en de ambtslasten 1794 zijn op verzoek van de president nagezien.

25-6-1803:
De Horsterbrug dient spoedig gerepareerd te worden. Mr. timmerlieden Hendrik Pijkeren en Willem Dalhuizen krijgen autorisatie om eerst de brug in Epe en dan die in Oene te repareren. Jannis Hulsman zal de brug in Vaassen repareren.

17-11-1804:
Traktementen ambtsdienaren: Nachtwachter van Epe f 80 en die van Vaassen f 60
De vroedvrouw f 50, drie onderschouten elk f 20, de ambtsbode f 52 en de ambtsdienaar f 104.

8-2-1804:
H. Pijkeren ontvangt 28 gld. en 5 stv, voor reparatie van de bruggen in Epe en W. Dalhuizen 18 gld. en 10 stv. voor de bruggen in Oene.

21-2-1804:
Het vorig ambtsbestuur wordt gesommeerd binnen 8 dagen diverse stukken over het bestuur te overleggen. Het betreft: Gerrit van Zuuk, Gerrit Aarts Bosch, Arend Nieuwen-huis en gewezen secretaris Mr. Nicolaas Vorster.

28-3-1804:
Er wordt gezocht naar een geschikte vergaderlocatie.

Een bekwaam persoon dient tot ambtsbode te worden aangesteld.

Er zal een verzoek aan voormalig ambtsjonker Van Haersolthe worden gezonden aangezien hij mogelijk nog ambtsgelden heeft.

28-4-1804:
Er zal worden verzocht om het extra-ordinair gericht dat op de Cannenburgh plaats vindt niet ten laste van het ambt wordt gebracht.

2-5-1804:
Uit rekening ontvanger Haack blijkt dat er aan Van Haersolthe kan worden verzocht 2500 gld. te zenden.

5-5-1804:
De Hafkamper, Schobberts en Horsterbrug zijn in slechte staat.

juni 1804:
Mr. D.G. van Hoeclum is afgetreden als drost; zijn opvolger; Mr. E.A. Daendels.

16-7-1804:
Lid H. Brouwer wordt namens het bestuur maalman van het Gortelerbosch.

9-8-1804:
Klachten over de nachtwachten Beert Eimberts van der Beek (Epe) en Hendrik van den Brink (Vaassen)

Voorstel: twee nachtwachten per dorp (Epe/Vaassen). Tot tweede nachtwacht tevens ambtsbode aangesteld: Hermannus Wensink.

Traktement schout wordt 136 gld. per jaar.

Gecommitteerden uit de geërfden tot het regelen van het traktement van de leden van het ambtsbestuur zijn: Jan Reynders te Zuuk, Henricus Poll, Lammert Theunis Koekkoek en Berend Scholten.

Jaarlijks traktement wordt: 87 gld. en 10 stv.

11-8-1804:
Tot onderschout aangesteld Hermannus Wensink, als nachtwachter/ambtsbode wordt hij opgevolgd door Gerrit Wolters Mulder.

Tweede nachtwacht in Vaassen: Jan Gerritsen.

12-9-1804:
Vroedvrouwen zijn: Geertje Jacobs en Maria Vos weduwe van Peter Rijks; hun trakte-ment ieder 80 gld. per jaar.

Kerkmeester: A. Overbosch.

29-9-1804:
De gecommitteerden van de gezworen gemeente zijn: Ds. Johannis van Convent, Jacobus Wijnbergen, Henricus Poll en Teunis van Lohuizen.

De ontvangers over de periode 1749-1801 en vanaf 1802 zijn resp. F.J. Haack en J.B. Haack.

10-10-1804:
Aangesteld als kerkmeester te Epe: Henricus Pol.

Architect Jan Brouwer tot Zwolle deelt zijn gedachten over reparatie van de kerk van Epe mee. Besluit: Er dient een geheel nieuwe preekstoel te worden gebouwd. Een doop- en koorhek wordt eveneens vervaardigd.

15-2-1805:
Zetters krijgen jaarlijks 3 gld. traktement.

18-2-1805:
Derk Dalhuizen Azn. wordt tot zetter van Oene benoemd.

27-2-1805:
I.p.v. Teunis van Lohuizen wordt Tijmen Jans van den Esschert kerkmeester

Administrerend kerkmeester wordt kerkmeester H. Pol

21-3-1805:
De huizen worden van letters en nummers voorzien t.b.v. de zetters die de belasting innen.

Problemen met het maanboek der verponding; er zijn posten verduisterd. De ontvanger Haack doet hier narrig over.

Rekest van de onderschouten Hermannus Gerrits en Willem Nieuwenhuis; zij verzoeken verhoging van hun traktement. Zij kregen vroeger 45 gld nu maar 20. Besluit: ingaande 1-1-1805 wordt het 40 gld.

Onderschout Johannes van Velde is overleden.

De kosten van de epidemische ziekte (1804) loopt hoog op. Het bestuur van Gelderland zal om vergoeding van de kosten zijnde 1200 gld. worden gevraagd.

Schout Ardesch genoemd.

Leden van de kerkelijke kommissie: Lubbert van Gerrevink, Jochem Langen, Jan Hulsman en Ds. van Niel, predikant van Vaassen.

30-3-1805:
Reparatie van de zeven, die naast de put staan, voor het huis van Johannis van Ark.

Kerk reparaties onder de aandacht.

26-4-1805:
Mededeling over de resolutie van het Departement m.b.t. de kosten van het landgericht.

25-5-1805:
Een gecombineerde vergadering met de kerkcommissie van Epe over de voorstellen van architect Brouwer. Er zullen verbeteringen aan de kerk worden aangebracht via aanbesteding (preekstoel, koorhek en banken)

11-6-1805:
Kastelein Hendrik Brouwer krijgt een douceurtje i.v.m. schade ontstaan door het zeer kortstondige verblijf van het Landgericht.

Er zijn bezwaren tegen de vernieuwingen in de kerk, daarom wordt verder gegaan met architect C. Hooiberg.

8-7-1805:
Het werk van aannemer Roelof Paulus in de kerk van Epe is goedgekeurd (witten/wassen glazen). De kosten worden betaald.

Besluit dat er een houten vloer in de kerk van Epe komt tussen de vrouwen zitplaatsen.

Meester-timmerman Hendrik Verhoef stelt veranderingen in de plannen van Hooiberg voor; aangenomen.

15-7-1805:
Men besluit definitief de -modernere- voorstellen van Hooiberg aan te nemen.

3-8-1805:
De kerkmeesters van Epe zijn niet tot een akkoord gekomen met de bezitters van de kerkstoelen. Het ambtsbestuur laat afkondigen dat ieder geïnteresseerde 7-8-1805, 9.00 uur in de kerk dient te komen.

7-8-1805:
Secretaris N.W. Ardesch heeft de zaak van de stoelen opgelost.

26-8-1805:
Het Departement verzoekt om een opgave van het aantal ambtenaren en hun traktementen alsmede van de emolumenten.
Het Ambtsbestuur geeft op:
De verponding brengt jaarlijks 6060 gld, 8 stv. en 0 penningen op, waarvan het kwartier 5820:12:10 krijgt, zodat resteert 239:15:6. De maanpenning brengt 1204:7:6 op, zodat het Ambtsbestuur jaarlijks uit de middelen geniet 1444:2:12.

De opgave van de ambtenaren:

President en drie leden van het Ambtsbestuur, ieder 87:10:0
f 350
Secretaris van het Ambtsbestuur
f 100
De schout
f 136

Drie onderschouten, ieder 40 gld., alsmede 21 gld. voor assistentie van het Landgericht

f 141
Ambtsbode
f 25
Twee nachtwakers van Epe, ieder 40 gld.
f 80
Idem voor Vaassen, ieder 30 gld.
f 60
Een voor Oene
f 40
Twee dienaren van justitie; ieder per week 3 ½ gld.
f 364
Idem nog voor assistentie van het Landgericht
f 5
De ontvanger van de Verponding en Ambtslasten
f 487:11:4
Voor het schrijven van de cedullen van de Verponding
f 18
Ontvanger Maander
f 30
Kosten van de uitzetting van de ambtslasten
f 25
Schrijven van de zetcedullen
f 36
Tien zetters (en een maaltijd)
f 30
De kosten voor het Landgericht:  
- De drost
f 18
- Doctoren en geërfden
f 159:16:4
- Landschrijver
f 36
- Fiscaal
f 6
 
--------------
Totaal
2247:7:8
   

27-8-1805:
Architect Hooiberg adviseert de spits van de toren van Oene af te breken en te vervangen voor een houten luifel. Advies gevraagd aan de kerkmeesters van Oene.

Het College van Financiën wil 1102 gld. en 10 stv. van het Ambtsbestuur wegens te weinig geleverde bijdragen over 1799-1800. Wordt in deliberatie genomen.

5-9-1805:
De inzichten van de architecten R. van Essen en C. Hooiberg over de toren van Oene verschillen nogal; advies aan de kerkmeesters van Oene; laat een derde onafhankelijke architect advies uitbrengen.

14-9-1805:
Na lange tijd heeft oud-ambtsjonker A.F.R.E. van Haersolthe tot Staverden toegezegd zijn rekening te overleggen. Er wordt een bekendmaking gedaan, waarin iedere geërfde wordt opgeroepen om 17-9-1805 in de ambtskamer op de Quickborn te komen om dit bij te wonen.

In plaats van de ontslagen nachtwaker Hendrik van den Brink is op diens advies aangesteld Paul Schink, tegen een jaarlijks traktement van 30 gld. Jan Gerritsen blijft in functie.

21-9-1805:
Jan de Groot, architect, adviseert de torenspits van Oene provisorisch te repareren, zodat men weer 15 jaar vooruit kan.

24-10-1805:
De vroedvrouw Geertje Jacobs is overleden. Het blijkt dat men geen nieuwe krijgt voor het aangeboden traktement (80 gld; betaald door het Departement). Het Ambtsbestuur besluit dat men er zelf 70 gld. bijlegt. Dit bedrag wordt gevonden door de post van ambtsbode per 1-1-1806 -Gerrit Wolters Mulder krijgt ontslag aangezegd- te laten vervallen. Voorts leveren de leden van het Ambtsbestuur en de secretaris respectievelijk 7 gld. 10 stv. en 15 gld. in.

Lid Gerrit van Zuuk krijgt toestemming de pomp voor het huis van Joannis van Ark te zeven.

Idem, om zich te laten informeren over modellen voor een koperen doopbekken, lessenaars en blakers voor de kerk van Epe.

6-11-1805:
De gereformeerde kerk van Epe vraagt om een geschikt orgel. St. Anthoniegilde is bereid 50 gld. per jaar beschikbaar te stellen voor een organist. Het Ambtsbestuur gaat akkoord met een inschrijving.

De transportkosten voor de doodskist van wijlen Ds. Van Convent komen ten laste van het ambt.

Janus Cornelis Brouwer wordt organist tegen een traktement van 75 gld. per jaar, Aart van der Mate orgeltrapper voor 12 gld.

19-11-1805:
Henricus Poll, administrerend kerkmeester, mag het restant van de rekening dd. 27-2-1805 (1000 gld) wegens kerkreparatie uitbetalen.

Het werk van aannemer Aart Verhoeff is in orde bevonden.

21-11-1805:
In plaats van Geertje Jacobs wordt Bartha Bronkhorst tot vroedvrouw aangesteld.

5-12-1805:
R. Oosterbroek en W. Bredenoort, kerkmeesters van Oene, mogen de op 6-12 geplande verpachting van de kerkelanden niet doorzetten; eerst moeten er verbeteringen in de voorwaarden worden aangebracht.

Idem worden zij gemaand het met planken omkleden van de kerktoren te bespoedigen. De reparatie van het leiendak wordt tot het voorjaar uitgesteld.

21-12-1805:
Aannemer Verhoeff mag worden uitbetaald voor zijn werk in de NH-kerk Epe.

Kerkmeester A. Overbosch moet 1000 gld. uitbetalen aan Poll dat in mindering wordt gebracht op de rekening van 26-2-1805.

De kerkcommissie (H.Poll, Jacobus Wijnbergen en Teunis van Lohuizen) die de reparaties regelde wordt ontslagen van haar plicht.

16-1-1806:
Het werk van aannemer Berend Vinke in de kerk van Epe is goedgekeurd en het totaal van 950 gld. wordt door Poll betaald.

De resolutie van het Departementaal bestuur over het aftreden van het Ambtsbestuur dient te worden nageleefd, evenals het gebruik van het zegel.

25-1-1806:
De schout geeft door dat de afgetreden Gerrit van Zuuk is herkozen door de kiezersvergadering.

6-2-1806:
A. Overbosch dient Poll 1500 gld. voor betalingen beschikbaar te stellen.

De landdrost vraagt het Ambtsbestuur om 17-2 te Hattem te komen voor overleg over het reglement van de ambtsfinanciën. De secretaris wordt afgevaardigd.

15-2-1806:
Gerrit van Zuuk gaat met secretaris Ardesch mee.

De kosten van het beroep van Ds. J. van Convent en het transport van diens goederen zullen -ondanks onenigheid hierover- t.l.v. de kerk komen.

5-3-1806:
De missiven van het Gedeputeerd Bestuur van Gelderland over de ordonnantie op het middel en het kleinzegel ontvagen en gelezen.

18-3-1806:
De missiven van 5-3 worden genotificeerd.

22-3-1806:
Het Departementaal bestuur wil de rekeningen van het Ambtsbestuur over de vorige drie jaren in beraad houden.

25-4-1806:
De resolutie van Gedeputeerd bestuur over welke belasting het ambt mag heffen wordt nageleefd.

9-6-1806:
De drost wordt geautoriseerd het honorarium van de rechtsdoctoren over 1805-1806 en de gerichtskosten uit te betalen.

Het Ambtsbestuur en de secretaris machtigen zichzelf zaken rakende het ambt te controleren.

De kosten voor karren, wagens en vrachten gemaakt door het vorig Ambtsbestuur dienen zo billijk mogelijk worden omgeslagen over de ingezeten. Andere kosten dienen aangeboden te worden aan het Min. Van Oorlog.

Willem Bredenoort, kerkmeester van Oene, wordt opgevolgd door zijn zoon Hendrik.

14-7-1806:
Medelid H. Brouwer is overleden; de drost wordt in kennis gesteld.

E. Pannekoek, J. Eikelboom en Engelenkamp te Zwolle krijgen 3 gld. wegens reiskosten.

de rekening van metselaar Jac. Wijnbergen voor de reparatie aan de kerkmuur van Epe -ten tijde van ambtsjonker Van Haersolthe tot Staverden- wordt betaald.

Meester-schilder D. Boele te Kampen zal de kerk van Epe schilderen.

Gerrit van Zuuk wordt i.p.v. de overleden Brouwer namens het Ambtsbestuur afgevaardigde in het Gortelerbosch.

De pomp en palen in het dorp Epe worden geverfd. Een kom dwars over de weg bij de pomp wordt geleid, tevens worden de vier kommen in Oene -geplaatst op last van de ambtsjonker- gerepareerd.

14-8-1806:
Het Departementaal bestuur geeft te kennen dat de ambtsfinanciën over 1806 ongewijzigd geïnd kunnen worden; de zetters en ontvanger dienen 14-9 met hun werk te starten.

N.W. Ardesch is tot lid van de Raad in het departementaal Gerechtshof benoemd.

19-10-1806:
Overbosch moet Poll 350 gld. betalen, zodat die o.a. de rekening van Roelof Paulus, over 1805-1806, groot fl. 55-9, kan betalen.

8-11-1806:
Idem dient hij Poll 500 gld. beschikbaar te stellen.

6-12-1806:
Poll moet de kosten van het beroepen van een predikant, gemaakt door custos Van Pijkeren te Epe, groot fl. 23-12 betalen.

8-1-1807:
Ordonantie voor Mr. Gerhard Tulleken, schout en secretaris, en G.N. Bosch, lid Ambtsbestuur, tot december 1806.

Idem voor Evert Vermeer voor de verschotten over 1806-1807.

De vacature van schout en secretaris wordt tijdelijk vervuld door Mr. N.S. van Meurs (schout van Heerde) en Dhr. Gerrits.

Kerkmeester Aart Overbosch mag administrerend kerkmeester Hendricus Poll 500 gld. uitbetalen. Die kan daarmee diverse bedragen uitbetalen: aan A. Overbosch, de wed. H. brouwer, D. Boele, J. Wijnbergen en Evert Pannekoek.

Oud-ontvanger J.B. Haack presenteert de rekening van oud-ambtsjonker A.F.R.E. van Haersolthe. Als uitgave is o.a. de aankoop van de hoeve Bosch (1900 gld) gedaan. Tevens zijn er vorderingen van de voormalige ambtsjonkers Hr. Van den Cannenburgh en Van Yrst. Het blijkt dat de vordering Cannenburgh overeenkomt met het restant in de rekening van oud-ontvanger H. van Isendoorn (1760). Van Haersolthe blijft het ambt 3706 gld. en 6 stv. schuldig.

9-5-1807:
De rekeningen van C. Hooyberg, Derk Dalhuizen Wzn., Evert Pannekoek, Jan Eykelboom, wed. H. Brouwer, Jannes Hulsman en J.M.M. de Variencour (huur ambtskamer ad 30 gld) worden betaald.

Rekeningen door het vorig Ambtsbestuur goedgekeurd dienen eerst ter goedkeuring worden overlegd.

De kosten ontstaan door de epidemische ziekte worden voldaan.

De rekening van G. van Zuuk wordt goedgekeurd.

G.H. Bosch is nog 20 gld. 12 stv. schuldig; Haack moet dat innen.

De som van 40 gld. toegezegd aan Oene t.b.v. nachtwakers mogen gebruikt worden om de school te repareren.

De gebarsten klokken, één te Vaassen, twee te Epe, worden publiekelijk verkocht.(16-6: verkocht voor 48 gld)

Kerkmeester Pol krijgt opdracht de ambtsbank in de kerk te voorzien van bijbels en kussens.

18-6-1807:
Hr. Bentinck van Schoonheeten heeft toegezegd de schuld van wijlen zijn schoonvader Van Haersolthe te voldoen.

Aan Mr. N.W. Ardesch worden onkosten vergoed; o.a. voor inbinden ambtsboeken, laten maken voetpad in het dorp Epe (door Aart Wagenaar), pomp reparatie door Evert Pannekoek, reparatie Horsterbrug (P. de Bruin).

25-6-1807:
De weg tussen de kerk van Oene en resp. Jannes Dijkhuizen en Jan Logtenberg dient door de genoemden te worden onderhouden.

7-7-1807:
Haack moet voor 1 november 1500 gld. en G. van Zuuk 700 gld. afbetalen (opgenomen van de kerk), Aart Overbosch 1800 gld. (opgenomen van de administratie van de kerk).

1-9-1807:
Haack en de kerkmeesters van Epe en Vaassen dienen in september hun rekeningen over 1805-1806 ter afhoring aan te beiden.

10-9-1807:
J. Dalhuijzen, dijkschrijver, laat weten dat 17-9 de schouw plaats vindt.

14-11-1807:
Ambtsbestuur en commissie van de financiën besluiten om de Landdrost voor te stellen additionele stuivers te heffen; drie op personeel/dienstboden enz. (middelen), twee op gemaal/waagdiensten.

20-11-1807:
De Landdrost wil een opgave jaarlijkse kosten/ontvangsten Epe. Het antwoord: Intrest van de zg. Gelderse schadevergoeding 103 gld. 12 stv., aandeel in Gortelerbosch 25 gld.. Jaarlijkse benodigdheden zijn 2600 à 2700 gld. Aan additionele stuivers zal binnen komen 14.000 gld. (middelen) en 5.000 gemaal/waag.

8-12-1807:
De Landdrost wil uitsplitsing van de posten:
Het blijkt dat de intrest komt van een kapitaal groot 2590 gld. De uitgaven betreffen o.a. traktementen t.b.v. het Ambtsbestuur (350), Schout/secretaris (336), Onderschouten (120), gericht Neder-Veluwe (500), Nachtwakers (180), Ambtsdienaren (200), vroedvrouw (70) en kosten voor de huur ambtskamer (30), onderhoud bruggen (500). De post onvoorzien is 400 gld., tezamen 2686 gld.

5-1-1808:
De Landdrost geeft toestemming voor het innen van de additionele stuivers. Dit wordt publiekelijk bekend gemaakt.

9-1-1808:
De Landdrost geeft te kennen dat hij de Ontvangers van de gemene middelen en de Verponding te Hattem alsmede de gaarders te Epe heeft ingelicht over zijn besluit van 5-1.

14-3-1808:
De pastoriegoederen van Epe worden ondergebracht bij de tijdelijk kerkmeester van Epe, H. Poll. De predikant krijgt een vast traktement van fl. 700,=

De predikant wordt wegens zijn geringe inkomsten vrijgesteld van ambtslasten.

Kerkmeester Poll mag de weduwe H. Brouwer de ½ ( fl. 48-9-8) van de verteringen van het uitzetten van de rekening van de kerk en ambtslasten 1807 betalen; de rest kom t.l.v. het ambt.

Ontvanger Haack wordt bedankt voor zijn diensten. Zijn functie kwam december 1807 te vervallen; hij moet binnen drie weken alle papieren overdragen alsmede uiterlijk 1-7 zijn rekening overleggen.

De weduwe H. Bomhoff, pachter van land, mag i.p.v. 18 nu 12 gld. betalen. De kerkmeester zal haar drie schotten leveren voor een vonder.

21-5-1808:
Haack moet vast 500 gld. afrekenen om de kosten voor het gericht te betalen.

Idem; krijgt autorisatie om van de Heer van de Cannenburgh een 'klein recepis' t.l.v. het ambt te kopen.

De baljuw van de Neder-Veluwe gelast de kinderen van de armen gratis te enten tegen koepokken. De ambtschirurgijn moet dit in aanwezigheid van de Med. Doctor van de Neder-Veluwe uitvoeren. Het Ambtsbestuur gaat akkoord 'zoveel de kas dit toelaat'.

24-9-1808:
Dijkschrijver J. Dalhuizen geeft door dat de schouw op 29-9 is.

Haack moet de rekening van 1807 binnen 6 weken presenteren.

18-10-1808:
Commissaris van de verponding, D. Hoefhamer te Hattem, wordt aangeschreven en verzocht de additionele stuivers voor Epe af te dragen.

18-11-1808:
Custos Pijkeren (Epe) krijgt vanaf heden -voor 1 jaar- 40 gld. om de kerk schoon te houden. Tevens krijgt hij wegens zijn geringe inkomen 'Den Ambtshof' -met put- in het dorp, om het gratis te gebruiken.

Kerkmeester Pol geeft door dat velen hun stoelengeld biet betalen; hij mag afkondigen dat dit uiterlijk 25-12 moet gebeuren anders worden de stoelen verkocht.

9-12-1808:
Vanaf 1-1-1809 worden de nachtwakers niet meer betaald.

De rekening van Berend Scholten voor reparatie aan de kerk van Oene bedraagt fl. 32-2. Kerkmeester H. Olthof mag betalen.

9-1-1809:
Ontvangen een missive van de landdrost over de heffing van de additionele middelen.

23-3-1809:
Wegens de opsplitsing van het voormalig ambt Epe (Vaassen wordt een apart ambt) wordt ontvanger A. Dijkhuijzen gelast van de oud-ontvanger Haack fl. 3275-5-2 -zijnde het debetsaldo van diens rekening- te vorderen.

10-6-1809:
Ontvangen een missive van Mr. Ardesch: het orgel voor Epe wordt aanbesteed bij orgelbouwer A. Meere te Utrecht. H. Pol zal de toegezegde bedragen inzamelen, tevens de kapitalen van de erven F. haack (1500 gld), R. van Zuuk (700 gld) en A. Overbosch, kerkmr. (1800 gld) innen.

H. Pol mag een 4e van de verteringen (fl. 22-19-4) van het afhoren van de rekeningen van de kerken van Vaasen, Oene en Epe en de ambtslasten d.d. 9-12-1808, voldoen. Jan Hulsman (Vaasen) en H. Oltman (Oene) moeten ieder een 8e deel betalen.

29-7-1809:
In verband met een Koninklijk besluit wordt het beheer van de kerkgebouwen weer een zaak van de kerk. Dit wordt afgekondigd; tevens worden de papieren overgedragen. Mochten de scholen in kerkgebouwen zijn gehuisvest dan moet er een schikking worden getroffen.

Ontvanger Dijkhuijzen moet voor een som van 3000 gld. borgen stellen; zijn salaris is 3% van de ontvangsten.

In Welsum zal worden afgekondigd dat zij hun belasting moeten afdragen aan de schout van Epe.

De erfgenamen van G. van Zuuk -als erfgenaam van Aart Gerrits van Zuuk- dienen de schuld die deze had van 700 gld. -aangegaan 23-12-1771- aan de kerk betalen.

9-8-1809:
Het orgel zal worden geëxamineerd door F. van der Dussen, organist te Arnhem, waarna dhr. Meere wordt betaald. Op 16-8 zal het daarna onder belangstelling van enige goede vrienden en liefhebbers van zang en toonkunst plechtig in gebruik worden genomen, waarbij o.a. de predikant is uitgenodigd, die een preek en toespraak zal houden. Kerkmeester Poll moet verversingen voor 30 personen verzorgen bij de wed. H. Brouwer.

15-8-1809:
Evert vermeer, lid van het Ambtsbestuur, wordt afgevaardigde naar de maalspraak van het Gortelerbosch.

17-8-1809:
Poll mag aan Meere 4550 gld. betalen. Ook nog fl. 40-17 voor schilderwerk aan de blaasbalken, leverantie van armblakers en een buigtang.

14-10-1809:
Voor de veldtrein van het leger te Zutphen worden 7 paarden en 3 manschappen uit net district Noord-Veluwe geleverd. Het Ambtsbestuur neemt actie.

De schout van Apeldoorn geeft door dat Willem Dijkhuijzen zich borg stelt voor ontvanger A. Dijkhuijzen.

15-11-1809:
Het Ambtsbestuur stelt als aandeelhouder van het Gortelerbosch vast dat er recht was op 2000 turven per jaar. Voormalig afgevaardigde G. van Zuuk en na hem zijn erfgenamen hebben deze ontvangen zonder het Ambtsbestuur in te lichten. Zij dienen de turven binnen 14 dagen af te leveren bij E. Vermeer.

20-12-1809:
Het Ambtsbestuur geeft reeds lange jaren bij hen berustende zilveren vergulde avondmaalbeker en dito schotel, met opschrift 'anno 1574' aan de RK-gemeente te Epe, tevens aan de NH-gemeente te Epe een zilveren beker met de namen van Jan Martens, Willem Lubberts en Dries Cornelis en op de rand '1635'en daaronder een hert en 'Epe' retour.

Een boete van fl. 2-19 uit 1795 opgelegd aan Willem Kruisweg op de Gate wegens het slaan van een knecht komt ten goede van de ambtskist.

Een geldkist berustende bij het Ambtsbestuur wordt aan de gereformeerde kerk gegeven zodat zij daar hun papieren in kunnen bewaren.

Aan de erfgenamen van G. van Zuuk wordt het batig saldo van het maalmanschap geretourneerd.

23-12-1809:
De commissie van de NH-kerk van Epe stelt een schikking voor over het schoolhuis. Het ambt dient jaarlijks 25 gld. voor het huis en de woning van de meester in het kosters- en schoolhuis te betalen, 'Den Ambtshof' -met put- is voor het gebruik van de schoolmeester en het interieur dient tegen betaling van 25 gld. overgenomen te worden. Het Ambtsbestuur gaat akkoord.

17-10-1810:
De landdrost geeft te kennen dat de additionele stuivers zelf geïnd dienen te worden.

14-12-1810:
Oud-ontvanger Haack heeft in zijn afrekening twee rekeningen van respectievelijk Gerrit Wolters van fl. 71-17, wegens verdiend loon (in 1795) en Andries van den Beldt van fl. 124-17, wegens maken van bruggen, vergeten. Ontvanger Dijkhuijzen dient actie te nemen.

22-12-1810:
Berend Scholten, custos van Oene, dient zijn afrekening over 1808-1809 in te dienen bij de kerkmeesters.

L. Zevenhuyzen regelt het huren van enige aken van Gerrit Herms op 't Spijker, Albert Logtenberg en Hendrik Herms. Zij krijgen 6 gld. per jaar en bij gebruik 1 gld. per dag.

10-7-1811:
Voor de verponding van St. Martenshof wordt de grootte opgegeven: 133 roeden (genummerd N 863) met nog 205 roeden.

 

Bron:

Oud-Archief Epe, invnr. 6